Hoe een industriële demister druppels uit een gasstroom haalt, welke keuzes zijn werking bepalen en hoe je er een aanvraagt.
Een demister is een druppelafscheider die vloeistofdruppels uit een gas- of dampstroom haalt, doordat de druppels tegen draadgaas of lamellen botsen, samenvloeien en worden afgevoerd. Demisters horen bij de productlijnen van STRIKO, en Dutch Valve Vision is de exclusieve agent van STRIKO voor de Benelux.
Een demister is in de procesindustrie een onderdeel dat vloeistofdruppels uit een gas- of dampstroom afscheidt, zodat het gas zo droog mogelijk verder gaat. Wie het woord intypt, komt ook uit bij de ontwaseming van een autoruit of bij onderdelen van een koelkast, maar daar gaat deze pagina niet over. Wij hebben het over de demister in een scheidingsvat, een verdamper, een gaswasser of een kolom. Een pakket van draadgaas of lamellen dat dwars in de stroom zit en de meegesleurde nevel opvangt.
Waarom is dat nodig? Vrijwel overal waar gas en vloeistof met elkaar in contact komen, neemt het gas druppels mee. Een kokende vloeistof in een verdamper spat. Een gaswasser sproeit vloeistof in een gasstroom en een deel daarvan gaat met het gas mee naar boven. In een scheidingsvat zakt het grootste deel van de vloeistof naar beneden, maar de fijnste druppels blijven zweven en worden door het gas meegenomen. Zonder demister gaan die druppels gewoon verder de installatie in, met productverlies, vervuiling of schade als gevolg.
Dutch Valve Vision vertegenwoordigt STRIKO Verfahrenstechnik als exclusieve agent in Nederland, België en Luxemburg. STRIKO is vooral bekend om breekplaten en statische mixers, maar demisters horen ook bij de productlijnen van de fabrikant. Omdat de specifieke uitvoeringen en specificaties van de STRIKO demister per project worden bepaald, leggen we op deze pagina vooral uit hoe een demister werkt en welke keuzes zijn prestaties bepalen. Zo weet je wat je nodig hebt voordat je een aanvraag doet.


Het principe van een demister is eenvoudig, maar het werkt alleen als de omstandigheden kloppen. Het draait om het verschil in massa tussen een gasmolecuul en een vloeistofdruppel.
Een gasstroom die door een demister gaat, moet om obstakels heen. Bij een pakket van draadgaas zijn dat de draden, bij een lamellenpakket de geprofileerde platen. Het gas buigt moeiteloos om die obstakels heen. Een druppel is veel zwaarder en heeft meer traagheid. Hij kan de bocht niet op tijd maken en botst tegen het oppervlak. Dit mechanisme heet inertiële impactie, en het is de belangrijkste manier waarop een demister werkt. Hoe groter en zwaarder de druppel en hoe hoger de snelheid, hoe groter de kans dat hij wordt opgevangen.
Voor heel kleine druppels speelt ook onderschepping een rol. Een druppel die de stroomlijnen van het gas min of meer volgt, kan toch een draad raken als hij er dicht genoeg langs komt. Zeer fijne nevel, met druppels die veel kleiner zijn dan wat een gewone demister afvangt, vraagt meestal om andere technieken, zoals vezelbedden. Het is goed om vooraf te weten in welke orde van grootte de druppels in jouw proces liggen, omdat dat de keuze van de demister bepaalt.
Een opgevangen druppel blijft aan het oppervlak hangen. Daar komt hij in contact met andere druppels en vloeien ze samen tot grotere druppels. Zodra die zwaar genoeg zijn, lopen ze onder invloed van de zwaartekracht naar beneden en druppelen ze uit de demister terug in het vat. Dat afvoeren is net zo belangrijk als het opvangen. Een demister die de vloeistof niet kwijt kan, raakt vol, en een volle demister gaat vloeistof juist weer afgeven aan het gas. Daarom is de oriëntatie van het pakket en de afvoer van de vloeistof een wezenlijk onderdeel van het ontwerp.
In de industrie kom je twee hoofdvormen tegen. De eerste is de demister van gebreid draadgaas, een dicht pakket van dunne draden dat als een mat in het vat ligt. Door het grote draadoppervlak vangt zo’n pakket ook relatief kleine druppels af. De keerzijde is dat de fijne structuur gevoelig kan zijn voor vervuiling. Vaste deeltjes, zoutafzetting of een medium dat kan polymeriseren, kunnen de openingen langzaam dichtzetten.
De tweede vorm is de lamellendemister, in het Engels vaak vane pack genoemd. Hier stroomt het gas tussen geprofileerde platen door die het meerdere keren van richting doen veranderen. Druppels botsen tegen de platen en worden via kamers of haken afgevoerd. Een lamellendemister is doorgaans minder gevoelig voor vervuiling en kan een grotere vloeistofbelasting aan. Voor zeer kleine druppels is hij meestal minder effectief dan draadgaas.
Er zijn ook combinaties, waarbij een gaaspakket en een lamellenpakket achter elkaar worden geplaatst. Het gaas vangt dan de fijne druppels en laat ze samenvloeien, het lamellenpakket haalt de grotere druppels eruit die het gaas eventueel weer afgeeft. Welke uitvoering in jouw installatie past, volgt uit de druppelgrootte, de vloeistofbelasting, de kans op vervuiling en de beschikbare ruimte. Die afweging maken we per project met STRIKO.

Als er één parameter is die het verschil maakt tussen een demister die werkt en een demister die niet werkt, dan is het de gassnelheid door het pakket. Er is een ondergrens en een bovengrens, en daartussen ligt het werkgebied.
Is de snelheid te laag, dan hebben de druppels te weinig traagheid. Ze volgen het gas om de draden of lamellen heen en worden niet opgevangen. De demister laat dan meer vloeistof door dan verwacht. Is de snelheid te hoog, dan gebeurt het omgekeerde. Het gas trekt de opgevangen vloeistof weer uit het pakket voordat die kan afdruipen. Dat heet meesleuren of re-entrainment. Bij nog hogere snelheden kan het pakket volledig vollopen, zodat er vloeistof in grote hoeveelheden doorslaat.
In de procestechniek wordt de maximale gassnelheid vaak benaderd met de Souders-Brown-vergelijking. Die legt een verband tussen de toelaatbare snelheid en de dichtheden van gas en vloeistof, via een ontwerpfactor die afhangt van het type demister en de omstandigheden. Het praktische gevolg is dat de benodigde doorstroomoppervlakte volgt uit het gasdebiet, de dichtheden en die ontwerpfactor. Een demister die te klein is voor het gasdebiet, draait boven zijn bovengrens. Een demister die voor een veel groter debiet is ontworpen, kan bij laaglast juist onder de ondergrens zakken.
Dat laatste wordt vaak vergeten. Een installatie die het grootste deel van de tijd op deellast draait, heeft een demister nodig die ook bij dat lagere debiet goed afscheidt. Daarom vragen wij altijd naar het volledige bereik van het gasdebiet, niet alleen naar het ontwerppunt.
Een schone demister heeft een lage drukval. Het gas stroomt er met weinig weerstand doorheen. Naarmate het pakket meer vloeistof vasthoudt of vervuilt, stijgt die drukval. Dat maakt de drukval tot een bruikbare indicator. Met een drukverschilmeting over de demister zie je tijdens bedrijf of het pakket langzaam dichtslibt of dat er ineens veel meer vloeistof wordt aangevoerd dan normaal.
Een geleidelijk stijgende drukval wijst meestal op vervuiling. Een plotselinge sprong kan wijzen op een vloeistofbelasting die groter is dan waarvoor de demister is ontworpen, bijvoorbeeld bij een verstoring in een stroomopwaarts proces. Een drukval die juist daalt, verdient ook aandacht. Dat kan betekenen dat het pakket beschadigd is of dat er een opening langs de rand is ontstaan waar gas omheen stroomt.
Onderhoud aan een demister bestaat meestal uit inspectie en reiniging tijdens een geplande stop. Bij media die weinig vervuilen, kan een demister lang meegaan zonder ingrijpen. Bij media met vaste deeltjes of neiging tot afzetting is periodieke reiniging of vervanging onderdeel van het onderhoudsplan. Het materiaal van de demister moet bovendien bestand zijn tegen het medium, de temperatuur en eventuele reinigingsmiddelen. Een gaaspakket van dunne draden heeft een groot oppervlak ten opzichte van zijn massa, waardoor corrosie er sneller gevolgen heeft dan bij een dikwandig vat. Ook de ondersteuning van het pakket verdient aandacht, omdat een pakket dat gaat bewegen of doorbuigen openingen langs de rand kan krijgen. Het materiaal en de constructie zijn daarom keuzes die we per toepassing maken, op basis van de samenstelling die je ons opgeeft.
Neem een verdamper die een waterige oplossing indikt. De damp gaat bovenin het vat naar een condensor, en het condensaat wordt hergebruikt als proceswater. Na verloop van tijd merkt de operator dat de geleidbaarheid van dat condensaat oploopt. Er zit iets in wat er niet hoort. De eerste reflex is om naar de condensor of naar lekkages te kijken. Maar de oorzaak zit vaak eerder in de keten: druppels van de ingedikte oplossing die met de damp zijn meegegaan en in het condensaat terechtkomen.
In zo’n situatie zijn er grofweg drie mogelijkheden. Er zit geen afscheider in het vat, er zit er een die niet (meer) goed werkt, of het proces is zo veranderd dat de bestaande afscheider buiten zijn werkgebied draait. Dat laatste komt vaker voor dan je zou denken. Een verdamper die na een uitbreiding meer capaciteit moet leveren, stuurt meer damp met een hogere snelheid door hetzelfde pakket. Wat bij het oorspronkelijke ontwerp prima werkte, zit nu boven de bovengrens en gaat vloeistof meesleuren.
De oplossing begint dan niet bij het bestellen van een nieuw pakket, maar bij het opnieuw vastleggen van de procescondities. Hoeveel damp gaat er nu werkelijk door het vat, bij welke druk en temperatuur, en welke hoeveelheid vloeistof neemt die damp mee? Pas als die cijfers bekend zijn, kun je beoordelen of een ander type, een groter doorstroomoppervlak of een combinatie van gaas en lamellen nodig is. Dezelfde redenering geldt voor een gaswasser waarvan de schoorsteen ineens een zichtbare pluim geeft, of voor een compressor die vaker dan verwacht onderhoud aan de schoepen nodig heeft.
Een demister komt voor in bijna elke sector waar gassen en vloeistoffen samen door een installatie gaan. In verdampers voorkomt hij dat vloeistofdruppels met de damp meegaan naar de condensor. In gaswassers en absorbers houdt hij de wasvloeistof in de kolom, zodat die niet met het gereinigde gas naar buiten gaat. In scheidingsvaten en zogeheten knock-out vaten voor compressoren beschermt hij de compressor tegen vloeistof. In destillatiekolommen draagt hij bij aan een zuiverder product aan de top.
De reden verschilt per toepassing. Soms gaat het om productverlies, want elke druppel die ontsnapt, is product dat niet in de opbrengst terechtkomt. Soms gaat het om bescherming van apparatuur verderop. Soms gaat het om emissies, omdat een gas met druppels bij de schoorsteen zichtbaar en meetbaar wordt. En soms gaat het om zuiverheid, omdat druppels opgeloste stoffen meenemen naar een plek waar je die niet wilt hebben. In al die gevallen vraagt de demister een ontwerp dat past bij het medium en bij de manier waarop de installatie gebruikt wordt.
Wil je een demister vervangen of een nieuwe installatie van een demister voorzien? Dan beginnen we bij de procesdata. Wij vragen naar het gasdebiet met minimum en maximum, de hoeveelheid vloeistof die het gas meeneemt of het scenario waarin dat gebeurt, de druk en de temperatuur, en de samenstelling van gas en vloeistof. Ook de afmetingen van het vat of de leiding waarin de demister komt en de oriëntatie van de stroming zijn nodig. Is er sprake van vervuiling of vaste deeltjes, vermeld dat dan ook, omdat het de keuze tussen draadgaas en lamellen beïnvloedt. Welke afscheiding je minimaal wilt halen, maakt het beeld compleet.
Gaat het om vervanging in een bestaand vat, dan zijn ook de praktische maten van belang. Denk aan de binnendiameter van het vat, de hoogte die beschikbaar is voor het pakket, de manier waarop het huidige pakket wordt ondersteund en de afmetingen van het mangat. Een pakket voor een groot vat moet vaak in segmenten naar binnen kunnen, en dat bepaalt mede de constructie. Foto’s en tekeningen van de bestaande situatie maken dat gesprek een stuk eenvoudiger.
Met die gegevens bekijken wij samen met STRIKO welke demister past. Als exclusieve agent voor de Benelux zijn wij het lokale aanspreekpunt, met technisch advies voor ontwerp, selectie en toepassing. Dutch Valve Vision werkt volgens een ISO 9001-gecertificeerd kwaliteitsmanagementsysteem, gecertificeerd door KIWA. Je bereikt ons via sales@dutchvalvevision.com of +31 (0)70-2210560, van maandag tot en met vrijdag tussen 09:00 en 17:00.
Een demister scheidt vloeistofdruppels af uit een gas- of dampstroom. Het gas stroomt door een pakket van draadgaas of lamellen. De druppels kunnen de richtingsveranderingen niet volgen en botsen tegen het oppervlak. Daar vloeien ze samen tot grotere druppels die onder invloed van de zwaartekracht worden afgevoerd. Het gas gaat daarna zo droog mogelijk verder de installatie in. Daarmee voorkom je productverlies, vervuiling en schade aan apparatuur verderop. Je vindt demisters onder meer in verdampers, gaswassers, scheidingsvaten en kolommen. Het gaat dus om een industrieel onderdeel en niet om de ontwaseming van een autoruit.
Ja, demisters horen bij de productlijnen van STRIKO. Dutch Valve Vision is de exclusieve agent van STRIKO voor Nederland, België en Luxemburg. Via ons kun je dus een demister van STRIKO aanvragen. De exacte uitvoering en specificaties worden per project bepaald. Daarom vragen we eerst je procesdata op. Met die gegevens bekijken we samen met STRIKO welke demister past. Wij zijn daarbij je lokale aanspreekpunt voor technisch advies. Neem contact op via sales@dutchvalvevision.com voor een eerste gesprek.
Een demister van draadgaas is een dicht pakket van dunne gebreide draden. Door het grote oppervlak vangt hij ook relatief kleine druppels af. De fijne structuur kan wel gevoeliger zijn voor vervuiling door vaste deeltjes of afzetting. Een lamellendemister bestaat uit geprofileerde platen waartussen het gas meerdere keren van richting verandert. Hij is doorgaans minder gevoelig voor vervuiling en kan meer vloeistof verwerken. Voor zeer fijne druppels is hij meestal minder effectief. Soms worden beide typen gecombineerd om de voordelen te verenigen. De keuze hangt af van druppelgrootte, vloeistofbelasting en de kans op vervuiling.
De gassnelheid bepaalt of de druppels worden opgevangen of doorgelaten. Bij een te lage snelheid volgen de druppels het gas om de draden of lamellen heen. Bij een te hoge snelheid trekt het gas de opgevangen vloeistof weer uit het pakket. Dat meesleuren heet ook wel re-entrainment. Bij nog hogere snelheden kan het pakket vollopen en slaat er veel vloeistof door. Daarom heeft elke demister een werkgebied tussen een onder- en bovengrens. De maximale snelheid wordt in de procestechniek vaak benaderd met de Souders-Brown-vergelijking. Wij vragen altijd naar het volledige debietbereik om het juiste werkgebied te kiezen.
De drukval over de demister is de beste indicator. Een schone demister heeft een lage drukval. Naarmate het pakket vervuilt of meer vloeistof vasthoudt, stijgt die drukval geleidelijk. Een plotselinge sprong kan wijzen op een tijdelijk grotere vloeistofbelasting. Een dalende drukval kan juist wijzen op schade of een opening langs de rand. Met een drukverschilmeting over de demister volg je dit tijdens bedrijf. Daarnaast is visuele inspectie tijdens een geplande stop verstandig. Zo kun je reiniging of vervanging plannen voordat er problemen ontstaan.
Dat hangt sterk af van het medium en de procescondities. Bij schone gassen en vloeistoffen kan een demister lang meegaan zonder ingrijpen. Bij media met vaste deeltjes, zouten of neiging tot polymerisatie kan periodieke reiniging of vervanging nodig zijn. Ook corrosie van het materiaal kan de levensduur beperken. De ontwikkeling van de drukval geeft een goed beeld van de toestand. Inspectie tijdens geplande stops maakt het beeld compleet. Op basis daarvan kun je een onderhoudsinterval vaststellen dat bij jouw proces past. Wij helpen graag bij de keuze van een uitvoering die past bij je onderhoudsstrategie.
Dat hangt af van de druppelgrootte en het type demister. Een demister werkt vooral doordat druppels door hun traagheid tegen draden of lamellen botsen. Hoe kleiner de druppel, hoe beter hij de gasstroom om de obstakels heen volgt. Een pakket van draadgaas vangt door zijn grote oppervlak relatief kleine druppels af. Een lamellendemister is voor de fijnste druppels meestal minder effectief. Voor nevel die veel fijner is dan wat een gewone demister afvangt, worden vaak andere technieken ingezet, zoals vezelbedden. Het helpt daarom om vooraf te weten in welke orde van grootte de druppels in je proces liggen. Met die informatie kunnen we samen met STRIKO beoordelen welke oplossing past.
Begin met het gasdebiet, bij voorkeur met minimum en maximum. Daarna hebben we de hoeveelheid meegevoerde vloeistof nodig of het scenario waarin die ontstaat. Vermeld ook de druk en de temperatuur. De samenstelling van gas en vloeistof bepaalt de materiaalkeuze. Geef de afmetingen van het vat of de leiding en de richting van de stroming op. Meld het als er vaste deeltjes of vervuiling in het spel zijn. Geef ten slotte aan welke afscheiding je minimaal wilt halen. Mail alles naar sales@dutchvalvevision.com en wij nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Stuur ons het gas- en vloeistofdebiet, de druk en temperatuur, de samenstelling van het medium en de afmetingen van het vat of de leiding. Dan bekijken we samen met STRIKO welke demister past.